Vogels kunnen in de winter alle hulp gebruiken.
Door vorst en/of sneeuw kunnen veel dieren moeilijk aan eten en drinkwater komen. Het is daarom noodzakelijk om ze door deze koude periode heen te helpen.
Dat kan op verschillende manieren. Eén van de belangrijkste is om op meerdere plekken in de tuin verschillende soorten vogelvoer neer te zetten en vetbolletjes (zonder netje) op te hangen. Daarnaast is het ook belangrijk om water in je tuin te plaatsen, zodat vogels kunnen drinken en badderen. Dat doen ze namelijk de hele winter door. Als het water bevroren is, kun je het voorzichtig loshakken of vers water neerzetten.
Kies bij het voeren een vaste plek, want vogels komen altijd terug naar plekken waar ze eerder voedsel hebben gevonden. Soms duurt het in het begin even voordat ze het voer ontdekken. Gebruik ook een vaste plek voor het drinkwater.
Met deze tips kun je vogels veilig bijvoeren:
Voer gevarieerd met zaden, pitten, meelwormen en vetbollen (zonder netje), appels, pinda’s en vogelpindakaas.
Zorg ervoor dat het voer altijd zoutvrij is; geef vogels nooit voedsel met zout.
Varieer in voederplekken, zoals silo’s, voedertafels en voer op de grond.
Houd voederplekken schoon en droog om ziektes te voorkomen.
Je mag tuinvogels het hele jaar door voeren. Het is wel belangrijk om het voer aan te passen aan het seizoen: in de lente en zomer eiwitrijk (zoals meelwormen) en in de herfst en winter vetrijk (zoals vetbollen en pinda’s). Vogels worden niet lui van bijvoeren; ze gebruiken het als aanvulling op hun natuurlijke zoektocht naar voedsel.
Zo help je de vogels de winter door en geniet je van extra leven in je tuin of op je balkon. 🐦


